Christus die door zijn nederigheid overwint
jamacor 21/11/2011 16:55:59
12
Homilie gehouden op 24 december 1963 (Kerstmis)
Lux fulgebit hodie super nos, quia natus est nobis Dominus(Jes. 9, 2: Introïtus uit de 2e Mis van Kerstmis),vandaag straalt het licht over ons, omdat de Heer ons is geboren. Deze heerlijke boodschap ontroert vandaag de christenen en door hen wordt ze aan de hele mensheid gericht. God is hier. Die waarheid moet ons leven vervullen. Ieder kerstfeest moet voor ons een nieuwe bijzondere ontmoeting met God worden, door zijn licht en zijn genade diep in onze ziel te laten doordringen.
Wij blijven staan voor het Kind, voor Maria en Jozef, en beschouwen de Zoon van God, die ons vlees heeft aangenomen. Ik herinner mij dat ik op 15 augustus 1951 de Santa Casa in Loreto bezocht, met een heel persoonlijke wens in mijn hart. Ik las daar de heilige Mis en wilde die ingetogen opdragen, maar ik had niet gerekend op de vurigheid van de menigte. Ik had er niet aan gedacht dat er op deze grote feestdag veel mensen uit de omgeving naar Loreto zouden komen, gewone christenen met het grote geloof van dit land, met hun vurige liefde tot deMadonna. Hun vroomheid bracht hen tot handelingen die, als men die, hoe zal ik het zeggen, alleen maar toetst aan de liturgische voorschriften van de Kerk, niet helemaal passend waren.
Terwijl ik namelijk het altaar kuste, zoals de rubrieken van de Mis voorschrijven, deden drie of vier vrouwen hetzelfde. Daardoor werd ik afgeleid, maar innerlijk ontroerde het me. Ook werd mijn aandacht getrokken door de gedachte dat in die Santa Casa, waar volgens een overlevering Jezus, Maria en Jozef hebben gewoond, boven het altaar de woorden geschreven staan:Hic Verbum caro factum est,hier is het Woord vlees geworden. Hier, in een huis door mensenhanden gebouwd op een stukje van onze aarde, heeft God gewoond.
13
Jezus Christus, volmaakt God en volmaakt Mens
De Zoon van God is vlees geworden, Hijdie perfectus Deus, perfectus homo(Geloofsbelijdenis, Quicumque), volmaakt God en volmaakt Mens is. In dit geheim schuilt iets wat de christenen in ontroering zou moeten brengen. Tot de dag van vandaag voel ik nog, hoe aangedaan ik toen was. Graag zou ik Loreto weer bezoeken en in gedachten ga ik erheen om de kinderjaren van Jezus nog eens te beleven, terwijl ik hetHic Verbum caro factum estherhaal en overweeg.
Iesus Christus, Deus Homo,Jezus Christus, God-Mens, dat is een van demagnalia Dei(Hand. 2, 11), van de grote daden van God, die wij in dankbaarheid voor de Heer overwegen: voor de Heer die kwam omvrede opaarde te brengen aan de mensen van goedewil(Lc. 2, 14), aan alle mensen die hun wil gelijkvormig willen maken aan Gods Wil. Niet alleen aan de armen, niet alleen aan de rijken, maar aan alle mensen, aan alle broeders! Want wij zijn allen kinderen van God, broeders en zusters van Christus. Zijn Moeder is onze Moeder.
Er is maar één volk op aarde, het volk van de kinderen van God. Wij moeten allemaal dezelfde taal spreken die de Vader die in de hemel is ons leert, de taal van het tweegesprek van Jezus met zijn Vader, de taal die men met het hart en met het hoofd spreekt, de taal die u nu in uw gebed gebruikt. Het is de taal van contemplatieve mensen die een geestelijk leven leiden, omdat ze zich bewust geworden zijn van hun kindschap Gods, een taal die zich uit in de vele impulsen van de wil, de verlichting van het verstand, de roerselen van het hart en de beslissingen die leiden tot het rechtschapen leven, het goede, de vreugde en de vrede.
Laten wij ons geliefd Kind in de kribbe aanschouwen en ernaar kijken in het besef dat wij voor een mysterie staan. Dat mysterie kunnen we alleen met geloof aannemen, ook door het geloof verdiepen wij in de inhoud ervan. Daar is de nederige houding van een christelijke ziel voor nodig, die niet probeert de grootheid van God terug te brengen tot het armzalige bevattingsvermogen van de mens. Zo kunnen wij begrijpen dat dit mysterie, in al haar duisternis, een licht is dat richting geeft aan het leven van de mensen.
Wij zien, zegt de heilige Johannes Chrysostomus,dat Jezus uit ons en onze menselijke natuur is voortgekomen, dat Hij geboren werd uit de Moedermaagd, zonder dat wij begrijpen hoe dit wonder kon geschieden. Probeer niet het te begrijpen, maar neem eenvoudig aan wat God u heeft geopenbaard, en pieker niet over wat geheimgehouden wordt(H. Johannes Chrysostomus,In Matthaeum homilae, 4, 3 [PG 57, 43]). Door deze houding zullen we leren begrijpen en beminnen. Het geheim zal voor ons een fantastische les zijn, overtuigender dan welke menselijke redenering ook.
14
De goddelijke betekenis van Jezus' leven op aarde
Telkens als ik voor de Kribbe spreek, probeer ik te kijken naar Christus onze Heer, om te zien hoe Hij in doeken gewikkeld op stro ligt. Hoewel Hij nog een Kind is en nog niet kan praten, zie ik nu al de Leraar, de Meester in Hem. Zo kom ik Hem wel bekijken, want ik moet van Hem leren. En om van Hem te leren, is het nodig zijn leven te kennen, het evangelie te lezen en de betreffende gebeurtenissen die het Nieuwe Testament ons vermeldt, te overwegen. We leren de goddelijke betekenis van Jezus' leven op aarde verstaan.
Het leven van Jezus moet zich in ons eigen leven herhalen, doordat wij Jezus leren kennen door lezen en altijd weer lezen, door het steeds weer overwegen van de heilige Schrift, door altijd weer te bidden, zoals nu hier voor de kribbe. Laten we proberen de leer te verstaan die Jezus ons nu al geeft als Kind, als pasgeborene, wiens ogen zich zoëven voor onze gezegende aarde geopend hebben.
Door als een van ons op te groeien en te leven openbaart Hij ons dat het menselijk bestaan, het gewone alledaagse doen een goddelijke betekenis heeft. Hoe dikwijls we deze waarheid ook hebben overwogen, steeds kan de gedachte aan de dertig jaar van zijn verborgen leven ons in verbazing brengen, die dertig jaar die het grootste deel vormen van zijn verblijf onder zijn broeders en zusters, de mensen. Jaren in de schaduw, maar voor ons helder als het zonlicht. Of beter, stralende jaren die onze dagen verhelderen en er de ware betekenis aan geven. Want wij zijn gewone christenen die een normaal leven leiden zoals miljoenen mensen overal ter wereld.
Dertig jaar lang leefde Jezus alsfabrifilius(Mt. 13, 55), als zoon van de timmerman. Dan pas volgen de drie jaar van zijn openbaar leven tussen een drukke menigte. Men vraagt zich verwonderd af: Wie is deze mens? Waar weet Hij dat alles van? Hij was immers een van hen, leidde het leven van de mensen in zijn land. Hij was defaber, filius Mariae(Mc. 6 3), de timmerman, de zoon van Maria. Hij was God, die op het punt stond het menselijk geslacht te verlossen enalles tot zich te trekken(Joh. 12, 32).
15
Zoals wij iedere andere gebeurtenis in Jezus' leven nooit mogen beschouwen zonder ons persoonlijk aangesproken te voelen, zo kunnen wij ook deze verborgen jaren begrijpen als de roep van de Heer om ons egoïsme en onze gemakzucht te overwinnen De Heer weet van onze beperktheid, zelfzucht en eerzucht. Hij weet hoe zwaar het ons valt onszelf te vergeten en ons aan de anderen weg te schenken. Hij weet wat het betekent geen liefde te vinden en te ervaren dat zelfs zij die beweren dat ze Hem volgen, dit slechts schoorvoetend doen. Denk maar aan die beklemmende gebeurtenissen in het evangelie die ons de apostelen tonen, nog helemaal gevangen in wereldse verwachtingen en zuiver aardse voorstellingen. Maar Jezus heeft hen uitverkoren. Hij houdt hen bij zich en draagt hun de zending over die Hij van de Vader ontvangen heeft.
Ook ons roept Hij, vraagt Hij zoals Hij Jakobus en Johannes gevraagd heeft:Potestis bibere calicem, quem ego bibiturus sum?(Mt. 20, 22), kunt u de kelk drinken, de kelk van de volledige overgave aan de wil van de Vader, die Ik zal drinken?Possumus(Mt. 20 22),ja, dat kunnen we, antwoorden Johannes en Jakobus. U en ik, zijn wij serieus bereid in alles de wil van God onze Vader te vervullen? Hebben wij de Heer ons hele hart geschonken? Of hechten wij aan onszelf, aan onze eigen belangen, gemakzucht, eigenliefde? Is er in ons nog iets wat niet past bij ons christen-zijn? Waar ligt het aan dat wij ons niet willen zuiveren? Vandaag hebben we de gelegenheid ons te beteren.
Laten we eerst bedenken dat Jezus zelf ons deze vragen stelt. Hij is het die vraagt, niet ik. Ik zou het zelfs niet wagen mijzelf zulke vragen te stellen. Ik kan alleen doorgaan met hardop bidden. En u, ieder van u, belijdt in zijn binnenste voor de Heer: Heer, hoe weinig ben ik waard, hoe dikwijls ben ik laf geweest! Hoeveel fouten heb ik begaan bij deze en gene gelegenheid, hier en elders! En ondanks alles kunnen wij nog uitroepen: Dank, Heer, dat U mij bij de hand gehouden hebt, want ik zie dat ik tot alle laagheden in staat ben. Houd mij vast, verlaat mij niet! Hoed mij als een kind, opdat ik sterk mag zijn, moedig en standvastig. Help mij als een onbeholpen schepsel, houd mij hand vast, Heer. Laat ook uw Moeder mij terzijde staan en mij beschutten. Als het zo is,possumus!Wij zullen in staat zijn U tot voorbeeld te nemen.
Ditpossumus!is niet aanmatigend. Christus toont ons deze goddelijke weg en wil dat wij hem betreden, want Hij heeft hem toegankelijk gemaakt voor ons, zwakke mensen. Hij heeft zich zo vernederd.Daaromheeft Hij zich ontledigd en de gestalte van een knechtaangenomen die als God gelijk was aan de Vader. Dochslechts zijn majesteit en macht legde Hij af, niet echter zijngoedheid en barmhartigheid(H. Bernardus,Sermo in die Nativitatis, 1,1-2 [PL 183, 115]).
Gods goedheid wil ons de weg gemakkelijk maken. Laten wij de uitnodiging van Jezus niet afwijzen, Hem niet ontrouw worden, onze oren niet sluiten voor zijn oproep. Want er zijn geen uitvluchten, wij vinden geen redenen om te doen alsof we niet kunnen. Hij toch is ons voorgegaan met zijn voorbeeld.Daarom smeek ik u metaandrang, broeders, laat zo'n waardevol voorbeeld nietvergeefs gegeven zijn. Wordt veeleer aan Hem gelijkvormig en vernieuwt u innerlijk(H. Bernardus, ibid., 1,1).
16
Hij trok weldoende rond.
Ziet u, hoe noodzakelijk is Jezus te kennen en zijn leven vol liefde gade te slaan? Dikwijls heb ik in de heilige Schrift gezocht naar de levensbeschrijving van Jezus. Ik vond die in twee woorden die door de heilige Geest zijn ingegeven:Pertransiit benefaciendo(Hand. 10, 38).Hij trok weldoende rond. Zo waren alle dagen van Christus'leven op aarde, vanaf zijn geboorte tot aan zijn dood:pertransiit benefaciendo, hij trok weldoende rond. Op een andere plaats in de heilige Schrift staat:bene omnia fecit(Mc. 7 37), Hij heeft alles welgedaan, ten einde toe, Hij deed alleen maar goed.
En u en ik, wat doen wij? Laten wij onderzoeken wat in ons beter kan. Ik vind veel in mij wat verbeterd kan worden. Daar ik mij echter onmachtig weet op eigen kracht het goede te doen, en daar Jezus ons zelf gezegd heeft dat wij zonder Hem niets kunnen doen (vgl. Joh. 15, 5), willen wij, u en ik, naar de Heer gaan en met de voorspraak van zijn Moeder zijn hulp afsmeken bij dat innig tweegesprek van mensen die God beminnen. Meer wil ik er niet aan toevoegen, want nu is het aan ieder van u om te spreken, ieder volgens zijn behoefte, zonder woorden te uiten, op dit ogenblik dat ik u deze aansporingen geef en ze ook tot mij, arme mens, richt.
17
Pertransiit benefaciendo.Hoe heeft Jezus de aarde kunnen overladen met zoveel goeds, en alleen met het goede, overal waar Hij kwam? In drie woorden samengevat staat er in het evangelie nog een levensomschrijving van Jezus die ons het antwoord geeft:Eratsubditus illis(Lc. 2, 51), Hij was aan hen onderdanig. In de wereld van nu is er zoveel ongehoorzaamheid, kwaadsprekerij, onenigheid, dat wij de gehoorzaamheid bijzonder hoog moeten schatten.
Ik houd veel van de vrijheid, en juist daarom ben ik zozeer gehecht aan de christelijke deugd van gehoorzaamheid. Wij moeten ons kinderen van God voelen en leven met het blije verlangen de wil van onze Vader te vervullen. Alles doen zoals God het wil,omdat wij er zin in hebben:een meer bovennatuurlijke beweegreden is er niet.
De geest van het Opus Dei die ik al meer dan 35 jaar probeer te beleven en te verkondigen, heeft mij de persoonlijke vrijheid doen begrijpen en liefhebben. Telkens als God, onze Heer, aan de mensen zijn genade schenkt, als Hij hun een specifieke roeping geeft, dan is het alsof Hij hun een hand reikt, een vaderlijke hand, vol kracht maar vooral vol liefde. Zo zoekt Hij ieder van ons afzonderlijk op, als zijn dochters en zonen, want Hij kent onze zwakheid. De Heer verwacht van ons dat wij de kracht opbrengen deze hand, die Hij ons reikt, te grijpen. God verwacht dat wij ons inspannen, als teken van onze vrijheid. Wil dit lukken, dan moeten wij nederig zijn, als kinderen worden en de zegenrijke gehoorzaamheid liefhebben waardoor wij antwoorden op het gezegende vaderschap van God.
Het is goed toe te laten, dat de Heer zich in ons leven mengt, dat Hij als een vertrouwd persoon met ons omgaat zonder op oneffenheden en hindernissen te stoten. Wij, mensen, hebben de neigingonszelf te verdedigenons aan ons egoïsme vast te klampen. Wij willen altijd koning spelen, al is het in ons rijk van ellende. Laat het door deze overweging duidelijk worden, waarom wij naar Jezus moeten gaan: opdat Hij ons werkelijk vrij maakt en wij zo in staat zijn God en alle mensen te dienen. Alleen op deze manier zullen wij de waarheid van de woorden van de heilige Paulus begrijpen:Nuechter bent u van de zonde bevrijd en staat u inGods dienst. Als vrucht oogst u heiligheid, als doel hebt uhet eeuwig leven. Want het loon van de zonde is de dood.Het genadegeschenk van God is echter het eeuwig leven inChristus Jezus onze Heer(Rom. 6, 22-23).
Laten wij op onze hoede zijn, want onze neiging tot egoïsme sterft nooit en de bekoring kan op talloze manieren binnensluipen. God verlangt dat wij het geloof beleven in gehoorzaamheid, Hij verkondigt zijn wil niet met luid trompet- en bazuingeschal. Soms manifesteert zijn wil zich als met zachte stem, diep in ons geweten, en wij behoren aandachtig te luisteren om die stem te vernemen en haar trouw te volgen.
Dikwijls spreekt de Heer tot ons door andere mensen. Het kan gebeuren dat we verlokt worden niet te gehoorzamen, omdat we hun fouten kennen of in ons binnenste opwerpen dat ze maar slecht op de hoogte zijn en onze omstandigheden niet begrijpen.
Dat kan een bovennatuurlijke betekenis hebben, want de Heer verplicht ons niet tot een blinde, maar tot een weloverwogen gehoorzaamheid, en we zullen ons verplicht voelen anderen met ons inzicht te helpen. Maar laten wij eerlijk zijn tegenover onszelf en telkens opnieuw nagaan of wat ons beweegt de liefde tot de waarheid is, of het egoïsme en het vasthouden aan de eigen mening. Als onze mening ons van de anderen vervreemdt, wanneer zij het contact met onze naasten verbreekt en onenigheid zaait, dan is dat een duidelijk teken dat wij niet volgens de geest van de Heer handelen.
Laten wij niet vergeten: wie gehoorzamen wil moet nederig zijn. Dat heb ik al dikwijls gezegd. Wij moeten ons opnieuw het voorbeeld van Christus voor ogen houden: Jezus gehoorzaamt. Hij gehoorzaamt Jozef en Maria. God kwam op aarde om te gehoorzamen, om te gehoorzamen aan de mensen: Maria, onze Moeder, groter dan zij is alleen God, en Jozef, die rechtschapen en zeer kuise mens, twee volmaakte schepselen, maar niet meer dan schepselen. En Jezus, die God is, gehoorzaamt hun. Wij moeten van God houden om zó zijn wil te beminnen. Wij zullen het verlangen hebben de roepstem te volgen die Hij tot ons richt door middel van onze dagelijkse verplichtingen: die onze burgerlijke staat, ons beroep, ons werk met zich meebrengen; in gezin en maatschappij; in eigen leed en dat van anderen; in onze vriendschappen en bij ons pogen goed en rechtvaardig te zijn,
18
In de dagen voor Kerstmis kijk ik altijd graag naar de afbeeldingen van het Kerstkind. Zij tonen ons de Heer zoals Hij zich ontledigt, en herinneren mij eraan dat God ons roept, dat de Almachtige zich voor ons wilde tonen als een hulpbehoeftig en van de mensen afhankelijk wezen. In de kribbe van Betlehem zegt Christus tegen u en mij dat Hij ons nodig heeft. Hij nodigt ons uit tot een christelijk leven zonder voorbehoud, tot een leven van overgave, werk en vreugde.
Wij zullen nooit echt blij zijn als wij Christus niet echt navolgen, als wij niet nederig zijn, zoals Hij. De vraag dringt zich weer op: ziet u waar de grootheid Gods verborgen gaat? In een kribbe, in windselen, in een stal. De verlossende kracht van ons leven kan zich slechts in nederigheid voltrekken, doordat wij ophouden met aan onszelf te denken en doordat wij ons voor de anderen verantwoordelijk voelen.
Ook mensen met de beste bedoelingen kan het overkomen dat ze bij zichzelf conflicten veroorzaken die geen enkele objectieve grond hebben, maar hen met zorg vervullen, wat komt door gebrek aan zelfkennis dat tot hoogmoed leidt: het middelpunt van de belangstelling willen zijn; door iedereen gewaardeerd willen worden; altijd een goede figuur willen slaan; geen genoegen nemen met iets goeds te doen en dan te verdwijnen; zich steeds druk maken om zijn eigen veiligheid. Zo wordt menigeen die een diepe vrede kon genieten en een echt blij leven kon leiden, door trots en eigenwaan ongelukkig en blijven zijn werken vruchteloos.
Christus was nederig van hart (vgl. Mt. 11, 29). Tijdens zijn leven wilde Hij voor zichzelf geen extraatjes, geen privileges. Zoals ieder ander mens bracht Hij op natuurlijke wijze negen maanden door in de schoot van zijn Moeder. De Heer wist maar al te goed dat de mensheid Hem bitter nodig had. Daarom verlangde Hij vurig op aarde te komen om alle mensen te redden. Maar Hij wil niets overhaasten en komt op zijn uur, zoals ieder mens ter wereld komt. Van de ontvangenis tot aan de geboorte van Jezus bemerkt niemand het wonder behalve Jozef en Elisabet: het wonder dat God onder de mensen komt wonen.
Kerstmis is ook wonderlijk eenvoudig. De Heer komt zonder praal, zonder dat iemand het weet. Op aarde hebben alleen Maria en Jozef deel aan dat goddelijk avontuur. En de herders aan wie de engelen de tijding brengen, en ten slotte de wijzen uit het oosten. Zo geschiedt de bovenzinnelijke gebeurtenis die hemel en aarde, God en de mens verenigt.
Maar hoe is het mogelijk dat wij zo verstokt zijn, dat wij zo vlug aan dit gebeuren kunnen wennen? God vernedert zich, opdat wij nader tot Hem kunnen komen, opdat wij zijn liefde met de onze kunnen beantwoorden, opdat onze vrijheid zich niet alleen buigt voor het schouwspel van zijn macht, maar ook voor het wonder van zijn nederigheid.
Zie de grootheid van een Kind dat God is. De Schepper van hemel en aarde is zijn Vader en de Zoon ligt hier in een kribbe,quia non erat eis locus in diversorio(Lc. 2, 7), want er was voor de Eigenaar van de wereld, voor de Heer van al het geschapene geen andere plaats op aarde.
19
Hij vervulde de wil van God zijn Vader
Ik ben er zeker van dat Jezus ook vandaag nog een woning zoekt in ons hart. Laten wij Hem om vergeving vragen voor onze persoonlijke blindheid en ondankbaarheid. En vragen wij Hem om de genade ons hart nooit meer voor Hem te sluiten.
De Heer verbergt niet dat de gehoorzaamheid die helemaal onderworpen is aan de goddelijke wil, zelfverloochening en overgave vereist; want de Liefde laat zich niet voorstaan op haar rechten, ze wil dienen. Hij is als eerste deze weg gegaan. Jezus, hoe hebt Gij de gehoorzaamheid beoefend?Usque admortem, mortem autem crucis(Fil. 2, 8), tot aan de dood, de dood aan het Kruis. Men moet loskomen van zichzelf, bereid zijneen rustig leven op te geven,het te verliezen uit liefde voor God en de mensen.Ja, uwilde leven, en u wilde nietdat u iets overkwam. Maar God heeft het anders gewild. Erzijn twee soorten wil. Die van u moet rechtgezet wordenom één te zijn met de wil van God. Gods wil hoeft zich nietaan die van u aan te passen(H. Augustinus,Enarrationes in psalmos,31, 2, 26 [PL 36, 274]).
Ik heb vol vreugde gezien hoe veel mensen hun leven op het spel hebben gezet om Gods wil te vervullen. Zoals U, Heer,usque ad mortem. Hun kracht en hun dagelijks werk hebben ze gewijd in dienst van de Kerk, tot welzijn van alle mensen,
Wij willen leren gehoorzamen, leren dienen. Er bestaat geen hogere waardigheid dan die van de vrijwillige overgave tot welzijn van de ander. Als de trots in ons woedt en de hoogmoed ons wil doen geloven dat wij supermensen zijn, dan is het ogenblik gekomenneete zeggen, en te erkennen dat ons triomferen alleen in de nederigheid ligt. Op deze wijze worden wij één met Christus aan het Kruis, en dat niet prikkelbaar, angstig of onwillig, maar blijmoedig, want de vreugde die in de zelfverloochening ligt is het beste bewijs van liefde.
20
Ik zou nog eens willen terugkomen op het oorspronkelijke en eenvoudige dat wij in het leven van Jezus zo vaak samen overwogen hebben. De verborgen jaren in het leven van de Heer zijn niet zonder betekenis en ook niet alleen een voorbereiding op de jaren van zijn openbaar leven. Sinds 1928 zie ik duidelijk dat God wil dat de christenen het hele leven van de Heer als voorbeeld nemen. Ik heb me vooral in zijn verborgen leven verdiept, zijn leven van gewoon werken onder de mensen. De Heer wil dat veel mensen de weg bewandelen die Hij zelf gegaan is in de jaren van zijn stil, onopvallend leven. Gehoorzaam zijn aan de wil van God betekent daarom altijd: loskomen van onze zelfzucht. Maar het betekent niet dat wij ons moeten verwijderen van het normale leven van de mensen, waarmee stand, beroep en maatschappelijke situatie ons verbinden.
Ik droom, en de droom is werkelijkheid geworden, van talloze kinderen van God die hun leven van gewone mensen heiligen, en die de zorgen, verwachtingen en inspanningen van hun medemensen delen. Aan hen wil ik deze goddelijke waarheid toeroepen: Als u midden in de wereld blijft, dan is dat niet omdat God u zou hebben vergeten of niet geroepen! Neen. Hij heeft u uitgenodigd om door te gaan met uw aardse werk en uw aardse zorgen niet te ontvluchten. Hij heeft u laten weten dat uw menselijke roeping, uw beroep en uw vermogens niet alleen overeenkomen met zijn goddelijke plannen, maar dat Hij ze zelfs geheiligd heeft, als welgevallige offergaven aan zijn Vader.
21
Een christen eraan herinneren dat zijn leven geen andere zin heeft dan het vervullen van de wil van God, betekent niet dat hij van de andere mensen moet worden afgezonderd. Integendeel, het gebod van Christus elkaar te beminnen, zoals Hij ons bemind heeft (vgl. Joh. 13, 34-35), betekent voor veel mensen datze net als hun medemensen moeten leven, zij aan zij met hen;dat ze zichzelf wegschenken om de Heer midden in de wereld te dienen en zo aan alle mensen de liefde Gods beter te verkondigen en hun toe te roepen datde wegen van God op deze aarde zijn opengelegd.
De Heer heeft zich er niet toe beperkt ons te zeggen dat Hij van ons houdt. Hij heeft dat door daden bewezen. Laten wij niet vergeten dat Christus mens werd om ons iets te leren, namelijk: hoe men als kind van God leeft. Denk aan het woord dat de heilige Lucas aan de Handelingen van de Apostelen vooraf laat gaan:Primum quidem sermonem feci de omnibus, o Theophile, quae coepit Iesus facere et docere(Hand. 1, 1), ik heb verslag gedaan over alles wat Jezus gedaan en onderricht heeft. Hij kwam om ons te onderwijzen: door zijn daden als Meester en door het voorbeeld van zijn leven.
Voor het Kind in de kribbe willen we nu ons persoonlijk gewetensonderzoek voortzetten en ons afvragen: Zijn we vastbesloten ons leven een voorbeeld en een leer te laten zijn voor de anderen? Zijn we vastbesloten een andere Christus te zijn? Een belijdenis met de lippen is niet voldoende. Ik vraag ieder van u en ik vraag mijzelf: kan men van ons, die als christenen geroepen zijn een andere Christus te zijn, kan men van ons zeggen dat wij ons richten naar datfacere et docere,dat doen en onderrichten? Dat wij in alles als kind van God, oplettend handelen naar de wil van de Vader? Dat het ons zodoende lukt om alle mensen aan te sporen deel te nemen aan al het goede, zowel goddelijk als menselijk van de Verlossing? Leeft u in uw dagelijks leven, midden in deze wereld, het leven van Christus?
De werken van God doen, dat is geen holle frase, maar een uitnodiging zich uit liefde tot God weg te cijferen. Men moet aan zichzelf sterven om tot nieuw leven herboren te worden. Want zo gehoorzaamde Jezus, gehoorzaam tot de dood aan het kruis,mortem autem crucis.Propter quod et Deus exaltavitillum(Fil. 2, 8-9), en daarom heeft God Hem verheven. Als wij aan de goddelijke wil gehoorzamen, zal ook voor ons het Kruis verrijzenis zijn, verheffing. Zo zal stap voor stap het leven van Christus in ons worden verwezenlijkt en zal ons eigen leven de inspanning worden van goede kinderen van God, die ondanks hun vele zwakheden en persoonlijke fouten, als Christus rondtrekken en weldoen.
En als de dood komt, en hij zal onverbiddelijk komen, zullen wij Hem blijmoedig opwachten zoals ik dat vele mensen, heilig in hun dagelijks leven, het heb zien doen. Met vreugde, want als wij Christus hebben nagevolgd in het doen van het goede - in gehoorzaamheid en in het dragen van het Kruis, ondanks onze ellende -, dan zullen ook wij evenals Christus opstaan,surrexit Dominus vere(Lc. 24, 34), want Hij is waarlijk verrezen.
Jezus, die een kind werd - overweeg dat eens - overwon de dood. Door zijn vernedering, zijn eenvoudig leven, zijn gehoorzaamheid: door de vergoddelijking van het gewone, alledaagse leven van de mensen overwon de Zoon van God.
Dat is de triomf van Christus geweest. Zo heeft Hij ons opgeheven tot zijn hoogte, tot de hoogte van het kindschap Gods, door af te dalen naar de aarde, naar de wereld van de mensen.
[Print]
[Verzend]
[Palm]
[Bewaar]
Vertaal het punt naar:
По-русскиCatalàDeutschEnglishEspañolEuskaraFrançaisItalianoNederlandsPolskiPortuguêsPortuguês (BR)SlovenšèinaSvenska
Vorige
Volgende











