jamacor
30

Heel menselijk, heel goddelijk (X): Ik zal U volgen waar U ook heen gaat

Heel menselijk, heel goddelijk (X): Ik zal U volgen waar U ook heen gaat

De deugd van de sterkte stelt ons in staat Jezus te volgen zonder afhankelijk te zijn van de wisselende omstandigheden van ons leven en (van) onze omgeving.


19-1-2022

Vanuit de deuropening van Simons huis heeft Jezus zojuist veel zieken genezen en veel duivels uitgedreven. Het is tijd om naar de overkant van het meer over te steken wanneer een Schriftgeleerde, misschien onder de indruk door al deze wonderen, naar Hem toe komt en zegt: “Meester, ik zal U volgen waar Gij ook heen gaat” (Mt 8,19). Welke bedoelingen bezielden deze man in het diepst van zijn hart? In hoeverre besefte hij wat het betekende om de Meester te volgen? Wij weten alleen wat Jezus antwoordde: “De vossen hebben hun holen en de vogels uit de lucht hun nesten, maar de Mensenzoon heeft niets waar Hij zijn hoofd op kan laten rusten” (Mt 8,20).

Hoewel dit op het eerste gezicht harde woorden kunnen lijken, genoeg om iemand te ontmoedigen, hangt het helemaal af van wat de Schriftgeleerde in Christus zocht. De apostelen hebben zeker soortgelijke antwoorden te horen gekregen en meer dan een waarschuwing of een rem, ontdekten zij daarin een uitnodiging. Zo is het bijvoorbeeld te begrijpen dat Petrus, Johannes en Jakobus ‘alles’ achterlieten toen Jezus hen aan het einde van hun werkdag riep (vgl. Lc 5,11), of dat Mattheüs datzelfde deed toen de Heer hem kwam zoeken terwijl hij belastingen inde (vgl. Lc 5,18). De apostelen beseffen dat “niets hebben om je hoofd op te laten rusten” veel opoffering kan betekenen, maar alles is weinig vergeleken met een leven samen met Jezus.

De Heer spreekt dus duidelijke woorden omdat Hij niet wil dat deze man zichzelf bedriegt, misschien met de gedachte dat hij een fantasie-project op zich neemt waarin alles altijd gladjes zal verlopen. Want op de weg met Jezus wegen de moeilijkheden – de vermoeidheid, onze eigen gebreken of die van de anderen, onbegrip, misverstanden – vaak zwaarder dan we fijn vinden. En dan blijkt de deugd van de sterkte, bekrachtigd door de goddelijke genade, doorslaggevend te zijn: zij geeft ons de noodzakelijke middelen in handen om ons verlangen om Jezus te volgen ‘waar Hij ook gaat’ groter te maken dan welke hindernis ook.

Met onze gevoelens altijd op God gericht

Ik ben er steeds meer van overtuigd dat het geluk van de hemel is weggelegd voor de mensen die op aarde gelukkig weten te zijn."[1], placht de heilige Jozefmaria te zeggen. In ons dagelijks leven zijn er veel dingen die ons vreugde schenken, maar er zijn ook tegenslagen die ons op de proef stellen. In die zin is het logisch dat ons geluk op aarde veel te maken heeft met het leren omgaan met die moeilijke momenten, die dagen waarop bijna niets gaat zoals we hadden gepland. De sterkte heeft daarmee te maken, want ze verandert de hindernissen in kansen om onze diepste verlangens steeds weer in de juiste richting om te buigen: naar God. De sterkte vormt ons gevoelsleven zó dat het meer beïnvloed wordt door God dan door onze persoonlijke of uiterlijke omstandigheden die altijd kunnen veranderen.

Er zijn dingen die niet nodig zijn om gelukkig te zijn, maar die ons soms onmisbaar voorkomen. Dit kan gebeuren met bepaalde gemakken die tegenwoordig bijna gemeengoed zijn, maar ook met andere behoeften die wij voor onszelf hebben gecreëerd, bijna zonder het te beseffen. Afgezien van het feit dat wij ons bewust willen worden van deze afhankelijkheden, willen wij zó vrij zijn dat we onze beslissingen niet laten beïnvloeden door de uiterlijke omstandigheden: dat een ongemakkelijk moment niet onze glimlach weghaalt, dat de vermoeidheid ons niet zo snel overwint, of dat we onze persoonlijke voorkeur kunnen opgeven ten gunste van iemand anders. De sterkte maakt ons minder afhankelijk van alles wat niet liefde voor God is, zodat wij gelukkig zijn tussen allerlei verschillende mensen, op elke plaats en met iedere bezigheid.

Toen de menigten Hem tot koning wilden uitroepen, omdat ze enthousiast waren over zijn wonderen, “liet Jezus zich niet misleiden door het triomfalisme: Hij was vrij. Zoals in de woestijn, toen hij de bekoringen van de duivel afwees omdat Hij vrij was, en zijn vrijheid was het om de wil van de Vader te volgen. (...) Laten we vandaag nadenken over onze vrijheid. (...) Ben ik vrij, of ben ik daarentegen de slaaf van mijn hartstochten, van mijn ambities, van de rijkdommen, van de mode?”.[2] De heilige Paulus vertelt ons over zijn ervaring: “Ik heb geleerd in alle omstandigheden mijzelf genoeg te zijn. Ik weet wat armoede is, ik weet wat overvloed is. Ik ben volledig ingewijd. Ik kan volop eten en ik kan honger lijden, ik ben vertrouwd met overvloed en met gebrek. Alles vermag ik in Hem die mij kracht geeft.” (Fil 4,11). Niets is voor hem een hindernis op zijn weg naar wat hij werkelijk wil: God liefhebben met heel zijn hart.

Het grootste goed is soms het minst voor de hand liggende

Je hoeft maar realistisch naar de wereld te kijken om de noodzaak van de sterkte in te zien. Wij merken dat de omstandigheden, positieve of ongunstige, ons beïnvloeden. We beseffen de noodzaak om bepaalde moeilijke perioden door te komen zonder moedeloos te worden of onze kalmte te verliezen. Bovendien weten wij uit eigen ervaring dat waardevolle dingen inspanning en geduld vergen: van de volharding in onze studie of het overwinnen van een gebrek in ons karakter, tot het bevorderen van diepe relaties met andere personen of het groeien in vriendschap met God. Maar hoewel ons gezond verstand ons dit duidelijk laat zien, komt het vaak voor dat er ergens een punt is in onze redenering waarop er kronkels in de weg ontstaan en we achterblijven met een bekrompen opvatting van de sterkte: alsof het alleen maar een vermoeiende inspanning zou zijn om tegen de stroom op te roeien.

Maar nee, de sterkte is niet een grimmige oefening van onze wil om zichzelf te overwinnen, om niet te klagen, om te weigeren of ons te verzetten tegen wat we niet willen of niet begrijpen. Als we de sterkte op deze manier zouden opvatten, zouden we tenslotte uitgeput raken. Sterk zijn bestaat veeleer in het verdiepen van onze overtuigingen, in het steeds vernieuwen van de liefde die ons beweegt, in de échte goederen steeds helderder in te zien. Dan zullen we iedere keer met meer gemak, graag zelfs, kiezen wat we werkelijk willen, dat ‘beste deel’ waarover Jezus spreekt (vgl. Lc 10,42).

Laten we het met een voorbeeld bekijken: wie de sterkte mist is misschien niet in staat een scherpe opmerking te vermijden of te glimlachen wanneer hij moe is. In dergelijke situaties is de voornaamste reden voor zijn reacties of beslissingen de vermoeidheid, waardoor zo iemand andere redenen waarom het de moeite waard zou kunnen zijn een inspanning te leveren, uit het oog verliest. Degene daarentegen die de sterkte in zich heeft doen groeien kan zich niet alleen over zijn vermoeidheid heen zetten, maar doet dat omdat hij het goede ervan inziet voor hemzelf alsook voor de ander. Hij kan er bovendien een manier in ontdekken om van God te houden. Alleen op deze manier worden handelingen die we spontaan niet zouden doen, zoals ons een pleziertje ontzeggen, op een vaste tijd opstaan, een klacht vermijden of een gunst verlenen, een manier om onszelf te leren een groter maar misschien een – althans in het begin – minder voor de hand liggend goed te ontdekken.

Dit proces, waarvan we misschien alleen de uitdaging zien om onszelf te overwinnen, maakt ons tenslotte in feite vrijer, omdat onze vreugde en vrede meer zullen afhangen van wat we werkelijk willen, en minder van de kleine dwangneigingen van het moment, of die nu extern of innerlijk zijn. In de strijd om sterker te worden gaat het er juist om die blinde vlekken te onderzoeken die ons verhinderen sommige aspecten van het goede te zien, gewoon omdat ze inspanning vergen. Wie de sterkte leert beleven, zal in staat zijn in het goede te volharden wanneer de goede beslissingen niet de meest aantrekkelijke zijn. Sterk zijn is de houding van iemand die de werkelijke waarde van de dingen inziet.

Met gemak in de realiteit leven

Wanneer wij Jezus tegen de schriftgeleerde horen zeggen dat “Hij niets heeft waar Hij zijn hoofd op kan laten rusten”, zouden wij ook kunnen denken dat Hij hem op de proef wil stellen: “het is niet gemakkelijk om Mij te volgen, weet je zeker dat je het wilt doen?” Wij vinden echter nog andere passages in het evangelie waar de Heer zich op soortgelijke wijze uitdrukt, en niet als een waarschuwing, maar – zoals wij hebben gezien bij de roeping van verscheidene apostelen – als een uitnodiging: “Wie mijn volgeling wil zijn, moet Mij volgen door zichzelf te verloochenen en elke dag opnieuw zijn kruis op te nemen.” (Lc 9,23); “Gaat binnen door de nauwe poort; want de weg die naar de ondergang voert is wijd en breed.” (Mt 7,13). In geen enkel geval gaat het om een oproep tot zinloos lijden, maar tot het ontwikkelen van een grote vrijheid: om in ons, beetje bij beetje, een gezindheid van hart te laten groeien die in staat is tot het uiterste lief te hebben, zoals Hij zelf heeft gedaan.

Wat nodig is om het geluk te vinden is niet een makkelijk leventje, maar wel een verliefd hart.”[3] De weg van de christen is veeleisend omdat hij een steeds diepere liefde vereist; en zoals een oud lied zegt, “een hart dat geen pijn wil lijden, moet zijn hele leven dan maar zonder liefde doorbrengen”.[4] Het leven van Jezus laat ons zien hoe wij met tegenspoed of smart moeten omgaan. Zijn sterkte is niet die van iemand die muren om zich heen bouwt, noch is het die van iemand die zich in een harnas hult om wonden te vermijden, of om niet geraakt te worden door de werkelijkheid. Met muren en harnassen wordt onze weerbaarheid niet echt een deel van onze persoonlijkheid; deze middelen verhinderen veeleer het contact, de relatie met de werkelijkheid. Hun starheid maakt het onmogelijk om vrijelijk te bewegen.

De sterkte van Jezus is daarentegen in voortdurende dialoog met alles om Hem heen. Jezus aanvaardt de smart niet alleen omdat het lastig is, of om zichzelf te bewijzen of om ons iets te bewijzen. In feite accepteert Hij de smart gewoon wanneer het nodig is, zonder toe te laten dat deze Hem van zijn stuk brengt. Hij ziet in de moeilijkheden een betekenis die zin en diepte geeft aan wat hij meemaakt, in plaats van alles absurd te maken. En dat is de wereld hartstochtelijk liefhebben in zijn volste betekenis. De wereld liefhebben betekent zich tot haar kunnen verhouden in al haar volmaaktheid, maar ook de verborgen waarde van het onvolmaakte accepteren, in de situaties van het leven, in onszelf, in de anderen. Als wij de sterkte van Christus zoeken, zullen we fijngevoeliger zijn en meer diepgang hebben, terwijl we midden in de werkelijkheid staan en God makkelijker in alles kunnen vinden. Kortom, we zullen contemplatiever zijn.

Geduld tot aan het einde toe

Wij mogen ons beroemen op onze hoop op de heerlijkheid Gods”, schrijft sint Paulus. “Meer nog, wij zijn zelfs trots op onze beproevingen, in het besef dat verdrukking leidt tot volharding, volharding tot beproefde deugd en deze weer tot hoop. En de hoop wordt niet teleurgesteld, want Gods liefde is in ons hart uitgestort door de Heilige Geest die ons werd geschonken.”(Rom. 5,2-5). Ieder offer dat vrijwillig wordt aanvaard, iedere tegenslag die zonder opstandigheid wordt aangenomen, iedere overwinning die uit liefde wordt gedaan, versterkt in ons de overtuiging dat ons geluk in God te vinden is, meer dan in welke andere realiteit ook. De dagelijkse strijd wordt dan een geleidelijke verovering van het ware goed, dat ons iets schenkt van de toekomstige glorie waarnaar wij streven: de strijd wordt een weg van hoop.

De gewoonte om te zoeken naar het authentieke en verborgen goed in onze beslissingen geeft ons de moed om geen genoegen te nemen met het onmiddellijke of het vergankelijke. En dat brengt geduld voort: we beginnen steeds meer te hopen op de liefde die niet faalt, en die zin geeft aan onze inspanningen. Daarom wanhoopt de sterke niet, verliest hij zijn innerlijke rust niet bij een mislukking of wanneer de vruchten van zijn werk op zich laten wachten. Geduld is noch simplistisch optimisme, noch berusting: het is de houding van de vrije mens, die niet af en toe maar eens liefheeft, maar die strijdt met zijn ogen steeds gericht op het doel dat hem wacht. Door de diepe overtuiging geen genoegen te willen nemen met minder dan het geluk van de hemel kunnen we de noodzakelijke dagelijkse strijd volhouden die ons in staat stelt Jezus te volgen ‘waar Hij ook gaat’. Dit is de sterkte. Een sterk hart dat het doel niet uit het oog verliest, kan “strijden uit Liefde tot het laatste moment”.[5]

[1]
Heilige Jozefmaria, De Smidse, nr. 1005.

[2] Paus Franciscus, Homilie, 13-4-2018.

[3] Heilige Jozefmaria, De Voor, nr. 795.

[4] “A los árboles altos”, een oud lied.

[5] Heilige Jozefmaria, citaat uit “En diálogo con el Señor”.

deugden

Heel menselijk heel goddelijk


Heel menselijk, heel goddelijk (X): Ik zal U volgen waar U ook heen gaat